| Vrouw op tilt |
|
|
|
Witte Winde, een jonge vrouw uit Cadzand, draaft op haar paard naar het Zwin en verkiest de zee boven het leven op het land. Dit verhaal, overgeleverd via orale vertellingen in Zeeuws-Vlaanderen, werd opgeschreven door Marcel van de Velde en daarnaast nog verteld door diverse mensen uit de streek. Draf naar het Zwin Daar loopt ze: Witte Winde. Een mooi Cadzands meisje, dat haar naam te danken heeft aan haar tere blanke huid. Die zou even zacht en licht zijn als de Witte Winde, een wilde bloem die overal langs de kust in bloei staat. Witte Winde houdt bijzonder veel van de bloem waarnaar ze is vernoemd. Ze plukt haar vaak. Vandaag heeft ze dan ook in haar linkerhand een lange witte winde. Met haar rechterhand leidt ze een roodbruin paard, Blaai. Kind en paard lopen langs het kanaal bij Retranchement naar de Zwinmonding. Blaai is een grote vitale hengst, die steeds opspringt en huppelt, en soms als een dolle aan de teugels rukt. Dit lijkt Witte Winde totaal niet te deren. Integendeel, ze lacht en huppelt ontspannen en vrolijk langs de duindoornstruiken omlaag richting Zwin. Ze lopen steeds sneller, totdat het lopen verandert in een lichte dansende draf. De teugels staan strak. Witte Windes voeten gaan los van de grond, haar sprongetjes worden alsmaar groter, tot ze minutenlang achter de hengst aan zwiert. Gretig laat ze zich meenemen in de draf van Blaai. De tocht voert langs de schorren. Op de schorren grazen kuddes schapen. Witte Winde houdt in haar rechterhand de teugels van Blaai, met haar andere hand tekent ze met de sliert wilde bloemen kromme lijnen door de horizon. De witte bloemen lijken op sneeuwvlokken in de duinen. Witte Winde straalt. Op haar gezicht staat de verrukking van de vrijheid. Hoe dichter Witte Winde bij zee is, hoe breder haar lach en hoe wilder de bloemenlijnen door de lucht. ![]() ![]() Opstijgen boven Het Schorre Blaai draaft verder en nadert de Zwingeul. Op het gezicht van Witte Winde staat niets dan vertrouwen. Wat gaat Blaai doen? Aangekomen bij het water neemt hij een reuzesprong. Gelukkig houdt Witte Winde de teugels goed vast. Zo schiet Blaai door de lucht met Witte Winde achter zich aan. Blaai komt hinnikend neer aan de overkant van het Zwin. En Witte Winde? Zij komt keurig terecht naast Blaai. Haar blauwe ogen stralen, de wilde bloemen zijn onbeschadigd en dwarrelen een voor een neer op haar schouders en borsten. Dan zet Blaai zich opnieuw in beweging. Hij stormt naar het midden van Het Schorre, Witte Winde met zich meetrekkend. Het lijkt alsof het meisje zich nooit anders verplaatste dan zwevend achter een hengst. In zijn draf stampt Blaai hard op de grond van Het Schorre, hij verplettert en vertrapt met zijn grote hoeven de zee van vetplantjes en hij veroorzaakt een regen van paarse bloempjes, die prachtig kleuren bij het beweeglijke roodbruine dier en de woeste lijnen van de wilde witte bloemen. Blaai hinnikt en blaast door zijn neusgaten. Hij stampt van levensdrift. Zijn sterke paardelijf glanst en zijn bruine paardenogen staan vol vuur. Als Blaai op zijn allervurigst is, trekt Witte Winde uit alle macht aan de teugels. Daardoor laat ze Blaai in een rondje lopen. De hengst doet wat het meisje wil. Ze draait en draait, en draait… Witte Winde huppelt en zwiert er met haar wilde bloemen achteraan. Ze houdt de lus van de teugels goed vast, nog altijd met haar rechterhand. Maar zodra de draai er goed in zit, draait Witte Winde met een snelle beweging haar hele lichaam in de lus. Haar armen en benen zijn vrij! Dan gebeurt het ondenkbare. Witte Winde en Blaai stijgen op. Ze draaien en stijgen in een enorme vaart boven Het Schorre. Onder de hoeven van Blaai verschijnen lichtschichten. De lichtschichten die het Zwinwater raken, veroorzaken mooie zilveren schijnsels. Daar waar de lichtschichten de aarde raken, vonken zilveren druppels tussen het tere groen van de plantjes. Het paars van de bloemen krijgt er een tinnen glans van. Achterwaarts in het zeegat Blaai kiest, hoog in de lucht, het zeegat richting Knokke. Witte Winde, die tot dusver aan de teugels hing en rondzwaaide, is duizelig, roekeloos EN moedig geworden. Met een flinke sprong is ze bovenop de brede rug van de hengst gesprongen. Daar zit ze nu, triomfantelijk, met een stralend gezicht. Kort voordat Winde Winde en Blaai uit het zicht verdwijnen klinkt een zware hoefslag. Of is het geen hoefslag? De hoefslag klinkt als een knal. Opeens zijn paard en kind van achteren duidelijk zichtbaar. Ze zijn in een aureool. Omrand door een cirkel van verschillende tinten, waarin paars overheerst. Is dit een luchtspiegeling boven Het Schorre? De vissers van Knokke zeggen: Blaai zoekt een vloer. Een plekje waar Witte Winde kan afstijgen. Misschien is dat plekje in de hemel, misschien is dat plekje in de lucht. Stijgt ze af, dan verandert Witte Winde in een zaadje. Dit zaadje zal vroeg of laat wegwaaien en vast en zeker weer terechtkomen op Zeeuws-Vlaamse bodem. Om als winde op te schieten. Nog mooier, nog witter, nog vrolijker en vitaler…
|






